‘Vertrouwd en afstotelijk.’ Peinzend fronste Stannis zijn wenkbrauwen. ‘Toch… het is allicht de moeite van het proberen waard…’

‘Moet de rechtmatige heer van de Zeven Koninkrijken bij weduwen en usurpatoren om hulp bedelen?’ vroeg een vrouwenstem op scherpe toon.

Maester Cressen draaide zich om en boog zijn hoofd. ‘Vrouwe,’ zei hij, geërgerd dat hij haar niet had horen binnenkomen.

Heer Stannis keek nors. ‘Ik bedel niet. Bij niemand. Knoop dat goed in je oren, vrouw.’

‘Het doet mij genoegen dat te horen, heer.’ Vrouwe Selyse was even lang als haar echtgenoot, mager van lijf en mager van gezicht, met zeiloren, een puntige neus en een zweempje van een snor op haar bovenlip. Die epileerde ze dagelijks en vervloekte ze geregeld, maar hij kwam steevast terug. Haar ogen waren flets, haar mond was streng, haar stem een zweep. Die liet ze nu knallen. ‘Vrouw Arryn is u trouw verschuldigd, evenals de Starks, uw broer Renling, en al die anderen. U bent hun enige ware koning. Het zou ongepast zijn bij hen te pleiten en met hen te onderhandelen over wat u rechtens toekomt bij de gratie van god.’

God, zei ze, geen goden. De rode vrouw had haar met hart en ziel voor zich gewonnen en haar afvallig gemaakt van de goden van de Zeven Koninkrijken, zowel de oude als de nieuwe, om degene te aanbidden die de Heer des Lichts werd genoemd.

‘Laat je god zijn gratie bij zich houden,’ zei heer Stannis, die het vurige nieuwe geloof van zijn vrouw niet deelde. ‘Ik heb zwaarden nodig, geen zegeningen. Heb jij ergens een leger verstopt zitten waar je me niets over hebt verteld?’ In zijn toon klonk geen genegenheid door. Stannis was niet op zijn gemak bij vrouwen, zelfs niet bij zijn eigen vrouw. Toen hij naar Koningslanding was gegaan om zijn zetel in Roberts raad in te nemen had hij Selyse met hun dochter in Drakensteen achtergelaten. Hij had hun niet vaak geschreven en nog minder vaak bezocht. Eén of twee keer per jaar vervulde hij zijn plichten in het huwelijksbed, maar zonder enig genoegen, en de zonen waarop hij eens had gehoopt waren nooit geboren.



20 из 1016