Een kwart ton intelligente carnivoor boog zich over de poppenspeler heen en zei: ‘Zeg eens, waarom denk jij dat je ongestraft de Patriarch van Kzin zou kunnen beledigen?’

De poppenspeler antwoordde onmiddellijk en zonder dat zijn stem een ziertje beefde: ‘Ik was het die op een wereld die rond Beta Lyrae cirkelt een Kzin genaamd Chuft-Kapitein in de buik heb getrapt met mijn achterhoef zodat drie strengen van zijn endoskelet braken. Ik heb een dappere Kzin nodig.’

‘Ga door,’ zei de Kzin met de zwarte ogen. Ondanks de beperkingen die hem door de structuur van zijn mond werden opgelegd, was zijn Interwerelds uitstekend. Maar zijn stem liet niets blijken van de razernij die hij moest voelen. Als hij het van de emoties had moeten hebben die de poppenspeler en de Kzin ten toonspreidden, dan had Louis kunnen denken dat hij getuige was van een oud en afgezaagd ritueel.

Maar het vlees dat de Kzinti was voorgezet was bloederig rauw en dampend; het was vlak voor het opdienen met een hittestraal op lichaamstemperatuur gebracht. En alle Kzinti zaten te grijnzen. ‘Deze mens en ik,’ zei de poppenspeler, ‘gaan een onderzoek instellen op een plek die de stoutste dromen van een Kzin te boven gaat. We hebben een Kzin nodig bij onze expeditie. Zou een Kzin durven volgen waar een poppenspeler voorgaat?’

‘Er is gezegd dat poppenspelers planteneters zijn en dat ze de strijd schuwen en niet zoeken.’

‘U kunt zelf oordelen. Als u het overleeft, zal uw beloning bestaan uit de tekeningen voor een nieuw en heel waardevol type ruimteschip, plus een exemplaar van dat schip. U zou het als beloning voor het lopen van groot gevaar kunnen beschouwen.’

De poppenspeler liet geen kans voorbijgaan om de Kzinti te beledigen, dacht Louis. Je dééd zo iets niet, een Kzin risicovergoeding aanbieden. Een Kzin merkt het gevaar niet eens.



13 из 354