
Chmee en Louis Wu lummelden wat rond op het voordek. De opstandige dienaren van Verst-in-de-achterhoede zagen er allebei niet al te vief meer uit. De medische programmatuur van Verst-in-de-achterhoede had hun beiden hun jeugd teruggegeven, amper twee jaar geleden. Jong en gezond waren ze nog steeds, maar lui en slap bovendien.
Trapje achterwaarts, tik de hoeven aan. Draai om, een likje van de tongen…
De Grote Oceaan lag onder een deken van mist. De wind arrangeerde de nevelmassa’s tot grillige patronen boven het reusachtige jacht. Aan de kust hoopten de mistbanken zich torenhoog op, als een vloedgolf. Alleen de kraaiennesten, bijna tweehonderd meter in de hoogte, staken boven de mist uit. Ver in het binnenland braken hoge, bijna zwarte bergen met glinsterende sneeuw pieken door de witte deken. De Verborgen Patriarch was thuisgekomen. Verst-in-de-achterhoede zou zijn metgezellen nu spoedig echt kwijtraken. Het netwerkoog ving stemgeluiden op.
Louis Wu: ‘Ik ben er tamelijk zeker van dat de ene berg de Hood is en de andere de Rainier.
