
‘Vaktaal,’ zei Margo plechtig. Toen: ‘Paul! Vanochtend stond er een stuk in de krant over een man die beweerde dat hij een paar sterren had zien draaien! Ik kan me de kop nog herinneren: DE STERREN BEWOGEN, ZEGT VERKEERSOVERTREDER.’
‘Heb ik ook gezien,’ zei Paul zuur. ‘Hij reed in een open auto en kreeg een ongeluk — omdat hij zo was gefascineerd door de sterren, zei hij. Naderhand bleek dat hij had gedronken.’
‘Ja, maar de mensen die bij hem in de auto zaten beweerden hetzelfde. En later kreeg het planetarium telefoontjes van mensen die het ook hadden gezien.’
‘Ik weet het, op het Project ook. Gewoon de ouwe kwestie van massa-suggestie. Luister Margo, de foto waarover ik het had is ongeveer een week geleden genomen, en hij toonde iets dat alleen door een sterke teleskoop zichtbaar is. Laten we niet beginnen met onzin van het type vliegende schotels. We kregen dus een foto van Pluto met drie zwakke krullen. Maar nu dit — Pluto was helemaal niet verschoven! Het beeld van Pluto was een zwarte punt.’
‘Wat is daar zo verbijsterend aan?’
‘Normaal schrik je niet als het licht van de sterren of zelfs het beeld van een ster trilt. Dat doet de atmosfeer van de aarde, net als wanneer de bergen op een hete dag trillen. Daardoor komt het dat de sterren flonkeren. Maar in dit geval moest datgene dat het sterrenlicht verdraaide achter Pluto zitten. Aan deze kant van de sterren, maar achter Pluto.’
‘Hoe ver weg staat Pluto.’
‘Bijna veertig maal zo ver als de zon.’
