
Margo stootte Paul aan. ‘Doe je plicht,’ fluisterde ze bars, en tuurde heftig rond.
‘Goede jacht, allemaal’ zei Kleine Man. ‘Excuseert u mij, Professor.’ Hij ging zitten.
Maar voor Baardmans verder kon gaan werd hij aangeroepen door een man met hoge schouders en gevouwen armen die hoog en recht in zijn stoel zat — Margo doopte hem Stastok.
‘Professor, u heeft leuk en dubbelzinnig zitten praten,’ begon Stastok, ‘maar het lijkt mij dat het nog steeds ging over schotels die de mensen zich verbeelden te hebben gezien. In die stel ik geen belang, ook al deed meneer Jung dat. Ik stel alleen belang in echte schotels, zoals die waarmee ik heb gepraat en waarin ik heb gereisd.’
Paul kreeg nieuwe moed. Nu begonnen die mensen zich te gedragen zoals het schotelmaniakken betaamt!
Baardmans leek ietwat geagiteerd te zijn door deze uitdaging. Hij zei: ‘Het spijt me heel erg als ik die indruk heb gewekt. Ik dacht dat ik duidelijk had gemaakt dat —’
Doc hief zijn kale hoofd op en sneed Baardmans’ verdediging af door een hand op zijn arm te leggen, alsof hij wilde zeggen: ‘Laat mij deze figuur maar behandelen.’ De Wijfjes tulband schonk hem een flauwe glimlach en betastte de das die bij haar avondkledij hoorde.
Doc leunde voorover en richtte zijn glimmende schedel en glinsterende bril omlaag naar Stastok, alsof deze een of ander soort insect was.
‘Neemt u mij niet kwalijk, meneer,’ zei hij met een bijna scherpe stem, ‘maar ik meen dat u ook beweert andere planeten per vliegende schotel te hebben bezocht — planeten die de astronomie niet kent.’
‘Dat klopt,’ zei Stastok, en ging wat rechter zitten.
‘Waar zijn die planeten precies?’
‘O, ze zijn… ergens,’ antwoordde Stastok. Hij ontlokte wat gegrinnik door eraan toe te voegen: ‘Echte planeten laten zich niet door een stelletje astronomen heen en weer commanderen.’
