
Ik dineerde in mijn eiland en klokslag Vier Uur, volgens de gong van de Remny Toren was ik bij het paleis om daar te gaan souperen. Karhiders eten per dag vier stevige maaltijden, ontbijt, lunch, diner en souper, met een heleboel bijkomende hapjes en beetjes er tussendoor. Er zijn op Winter geen grote slachtdieren en er zijn geen zuivelprodukten zoals melk, boter of kaas; de enige voedingsstoffen rijk aan eiwitten en koolhydraten zijn de verschillende soorten eieren, vis, noten en de Hainse granen. Een schraal dieet voor een bitter klimaat en men moet dikwijls bijbunkeren. Het leek wel alsof ik gewend was geraakt iedere paar minuten te eten. Pas later dat jaar ontdekte ik dat de Gethenen niet slechts meesters zijn in de techniek van het volproppen, maar ook in die van oneindig vasten.
Het sneeuwde nog steeds, een milde voorjaarsbui, veel aangenamer dan de onafgebroken regen van de Dooi die net voorbij was. Ik liep naar en door het Paleis in de rustige, bleke duisternis van de sneeuwbui en ik raakte maar één keer de weg kwijt. Het Paleis van Erhenrang is een stad op zichzelf, een ommuurde wildernis van paleizen, torens, tuinen, binnenplaatsen, galerijen, overdekte loopbruggen, open tunnelgangen, kleine wouden en forten vol kerkers; het resultaat van eeuwenlange achtervolgingswaan op grote schaal. Boven dit alles verrijzen de meedogenloze, ingewikkelde rode muren van des Konings Huis, dat weliswaar voortdurend in gebruik is, maar dat toch door niemand anders dan de koning wordt bewoond. Alle anderen, bedienden, personeel, heren, ministers, parlementsleden, wachters of wat dan ook, slapen in een ander paleis of fort of hok of barak of huis binnen de paleismuren. Als teken van grote waardering van de koning woonde Estraven in het Rode Hoekhuis, dat 440 jaar geleden werd gebouwd voor Harmes, geliefde kemmering van Emran III, die nog steeds wordt geroemd om zijn schoonheid en die werd ontvoerd, verminkt en tot een imbeciel gemaakt door huurlingen van de Landsbelangen Partij.
