Toen bracht hij zijn lange, gele tanden weer tevoorschijn. ‘Ach ja! Inderdaad ja! Ik vergeet telkens dat u van een andere planeet komt. Maar dat is natuurlijk niet iets dat je vergeet. Hoewel het leven hier in Erhenrang ongetwijfeld voor u heel wat eenvoudiger en gezonder zou zijn als u het wel zou kunnen vergeten, he? Inderdaad, ja! Daar is mijn auto, ik heb hem hier, uit de drukte laten wachten. Ik zou u graag bij uw eiland afzetten, maar kan tot mijn spijt geen gebruik maken van dat voorrecht, aangezien ik dadelijk naar des Konings Huis moet, en zoals het spreekwoord zegt, arme verwanten moeten op tijd komen, nietwaar? Inderdaad, ja!’ zei de neef van de koning en hij stapte in zijn kleine, zwarte elektrische auto en ontblootte over zijn schouder zijn tanden naar me, terwijl zijn ogen schuilgingen achter een netwerk van rimpels.

Ik liep verder naar huis, naar mijn eiland. (Karosh, eiland, het gebruikelijke woord voor de pension-flatgebouwen waarin het grootste deel van de stadbewoners van Karhide is gehuisvest. De eilanden bevatten 20 tot 200 aparte kamers; de maaltijden zijn gemeenschappelijk. Sommige worden beheerd als een hotel, andere kermen net zo’n samenwerking als een kommune, weer andere kombineren deze twee vormen. Ze zijn stellig een stadse aanpassing van de fundamentele Karhidi-sche instelling van de Haard, hoewel natuurlijk de plaatselijke en genealogische stabiliteit van de Haard ontbreekt.) Nu de laatste wintersneeuw was weggedooid was de voortuin zichtbaar, en de winterdeuren, drie meter boven de grond, waren voor een paar maanden gesloten tot de herfst en de diepe sneeuw weer terugkeerden. Opzij van het gebouw, temidden van modder, ijs en de snelle, tere, weelderige lentegewassen stond een jong paar te praten. Ze hielden elkaar bij de rechterhand. Ze waren in het eerste stadium van kemmer. De grote, zachte sneeuwvlokken dansten om hen heen terwijl ze daar blootsvoets in de ijzige modder stonden, de handen ineengestrengeld, volledig door elkaar in beslag genomen. Lente op Winter.



9 из 275