
Daarachter komen de heren, de burgemeesters en de vertegenwoordigers van elk Domein of Co-Domein van Karhide, één, of vijf, of vijfenveertig, of vierhonderd; een eindeloze, kleurrijke optocht die zich voortbeweegt op muziek van metalen hoorns, holle blokken van been en hout en het droge, zuivere gezang van elektrische fluiten. De verschillende banieren van de grote Domeinen vormen een verregende wirwar van kleuren met de gele wimpels die de weg versieren, en de verschillende melodieën van elke groep botsen en vermengen zich in vele ritmes die in de diepe, stenen straten rondzingen.
Daarna komt er een troep jongleurs met gepolijste gouden ballen die ze in flitsende bogen omhoogwerpen en vangen en weer opwerpen, waardoor stralende jongleerfonteinen ontstaan. Plotseling schitteren de gouden ballen helder als glas, alsof ze letterlijk het licht gevangen houden: de zon breekt door.
Daarachter lopen veertig in geel geklede mannen die gossiwors bespelen. De gossiwor, die alleen in aanwezigheid van de koning wordt bespeeld, brengt een belachelijk, troosteloos geloei voort. Het geluid van veertig gossiwors tegelijk doet je verstand schudden, doet de torens van Erhenrang schudden en schudt de laatste regendroppel uit de winderige wolken. Als dit de Koninklijke Muziek is, geen wonder dan dat de koningen van Karhide allemaal krankzinnig zijn.
Daarna komt het koninklijk gezelschap, wachters, beambten en hoogwaardigheidsbekleders van de stad en van het hof, afgevaardigden, senatoren, kanseliers, ambassadeurs en edelen van het Koninkrijk.
