Geen van allen loopt in de pas of in de rij, maar toch lopen ze allen met grote waardigheid; en tussen hen in loopt Koning Argaven XV in een witte mantel, een wit hemd en een witte broek, met beenkappen van saffraankleurig leer en een gele pet met een klep. Zijn enige sieraad en teken van zijn waardigheid is een gouden ring. Achter deze groep lopen acht stevige kerels die de koninklijke draagstoel, helemaal bezet met gele saffieren, dragen, waarin al eeuwen geen koning heeft gezeten; een ceremonieel overblijfsel van Zeer-Lang-Geleden. Naast de draagstoel lopen acht wachters, gewapend met ‘roofgeweren’, eveneens overblijfselen van een barbaarser verleden, doch deze zijn niet leeg maar geladen met kogels van weekijzer. De dood loopt achter de koning. Achter de dood komen de studenten van de Ambachtsscholen, de Universiteiten, de Handelsscholen en des Konings Haarden, lange rijen kinderen en jonge mensen in wit en rood en goud en groen; en eindelijk wordt de parade gesloten door een aantal zacht-brommende langzaam rijdende donkere wagens.

Heft koninklijk gezelschap, waaronder ook ik, verzamelt zich op een plankier van nieuw hout naast de onvoltooide Boog van de Brug. De parade is ter gelegenheid van het voltooien van die boog, waarmee de nieuwe Weg- en Waterwerken van Erhenrang klaar zijn. Een enorm karwei van baggeren en bouwen en wegenaanleg dat vijf jaar heeft geduurd en dat de regeringsperiode van Argaven XV zal doen uitblinken in de geschiedenisboeken van Karhide.

We staan allemaal tamelijk dicht opeen op het plankier in onze natte, zware plunje. Het regent niet meer, de zon schijnt, de schitterende, stralende, verraderlijke zon van Winter. Ik zeg tegen de persoon aan mijn linkerhand: ‘Het is warm. Het is waarachtig warm.’

De persoon links van me — een gezette, donkere Karhider met zwaar, steil haar in een zware overjas van groen leer met goud bestikt en een zwaar wit hemd en een zware broek en een halsketen van zware zilveren schakels, zo breed als een hand — deze persoon, die zwaar staat te zweten, antwoordt: ‘Inderdaad.’



3 из 275