Toen ze weg waren, wierp Luie Leo over de tafel heen een zure blik op Koppie. ‘Wat rot nou. De Sfinx is weggeglipt met al zijn zilver en heeft mij met Sproetenkoppie de varkensjongen laten zitten.’ Geeuwend rekte hij zich uit. ‘Zeg eens, hoe gaat het met onze lieftallige kleine Roosje?’

‘Die slaapt,’ zei Koppie kortaf.

‘Ongetwijfeld naakt.’ Leo grijnsde. ‘Denk je dat ze echt een draak waard is? Daar moet ik maar eens achter zien te komen.’

Daar gaf Koppie wijselijk geen antwoord op.

Leo had ook geen behoefte aan een antwoord. ‘Zodra ik die meid heb ingereden zal haar prijs wel zover dalen dat zelfs varkensjongens zich haar kunnen veroorloven. Je zou me dankbaar moeten zijn.’

Ik zou je moeten vermoorden, dacht Koppie, maar hij was op geen stukken na dronken genoeg om zijn leven te vergooien. Leo was een geoefend vechter en stond erom bekend dat hij dodelijk kon zijn met degen en dolk. En als Koppie er al in zou slagen hem te doden, zou hij daarmee meteen zijn eigen doodvonnis tekenen. Leo had twee namen terwijl Koppie er maar een had, en Leo’s tweede naam was Tyrel. Ser Moryn Tyrd, bevelhebber van de Stadswacht van Oudstee, was Leo’s vader. Hamer Tyrel, heer van Hoogtoren en Landvoogd van het Zuiden, was Leo’s neef En de Oude Man van Oudstee, heer Leyten van de Hoogtoren, die ‘Beschermer van de Citadel’ onder zijn vele titels telde, was een gezworen baanderman van het huis Tyrel. Niet op ingaan, maande Koppie zichzelf. Hij zegt die dingen alleen maar om mij te kwetsen.

In het oosten begon de mist dunner te worden. De dageraad, besefte Koppie. De dag is gekomen, maar de alchemist niet. Hij wist niet of hij moest lachen of huilen. Ben ik nog steeds een dief als ik alles terugbreng en geen mens er ooit achter komt? Ook dat was een vraag waarop hij geen antwoord had, net als de vragen die Ebroos en Vaellijn hem eens hadden gesteld.



15 из 953