Er waren drie dagen verstreken. Koppie was naar de Veer en Kroes teruggegaan, nog steeds zonder precies te weten wat de man was, maar in plaats van de alchemist had hij Mollander, Armin en de Sfinx aangetroffen, met Roene op sleeptouw: Het zou verdacht hebben geleken als hij zich niet bij hen had gevoegd.

De Veer en Kroes ging nooit dicht. De herberg stond al zeshonderd jaar op zijn eiland in de Honingweijn en had nog nooit zijn deuren voor gasten gesloten. Al was het hoge, houten gebouw naar het zuiden toe scheef gezakt, zoals novices soms scheefzakten na een kroes drank, Koppie ging ervan uit dat de herberg er nog wel zeshonderd jaar zou staan om wijn, bier en geducht sterke cider te verkopen aan rivierlui en zeelui, smeden en zangers, priesters en prinsen, en aan de novicen en acolieten van de Citadel.

‘Oudstee is de wereld niet,’ verklaarde Mollander te luid. Hij was de zoon van een ridder en ladderzat. Nadat hij het nieuws van zijn vaders dood op het Zwartewater had vernomen, bedronk hij zich bijna iedere nacht.

Zelfs in Oudstee, ver van de strijd en door veilige muren omringd, waren ze allemaal door de Oorlog der Vijf Koningen geraakt, ook al hield aartsmaester Benedict vol dat er nooit een oorlog van vijf koningen had plaatsgevonden, omdat Renling Baratheon was gedood voordat Balon Grauwvreugd zichzelf had gekroond.

‘…zijn zeemansverhalen,’ viel Armin hem in de rede. ‘Zeelui, waarde Mollander. Daal maar af naar de havens en ik wed dat je daar zeelui zult vinden met verhalen over de zeemeerminnen met wie ze naar bed zijn geweest, of over dat jaar dat ze in de maag van een vis hebben doorgebracht.’

‘Hoe weet je dat ’t niet waar is?’ Mollander hompelde door het gras op zoek naar meer appels. ‘Je zou zelf in die maag gezeten moeten hebben om te kunnen zweren dat ze logen. Een zeeman met een sterk verhaal, ja, daar kun je wel om lachen, maar als roeiers van vier verschillende schepen in vier verschillende talen hetzelfde vertellen…’



5 из 953