Zelfs Dondragmer, die beter had moeten weten… Barlennans lange lichaam spande zich en hij bralde bijna een bevel voor hij zich nog geheel bewust was van wat er twee vlotten verder gebeurde. De stuurman had blijkbaar dit ogenblik uitgekozen om de stagen van een van de masten te controleren en hij maakte gebruik van het feit dat hij bijna gewichtloos was om zich in zijn volle lengte boven het dek op te richten. Het was een fantastisch gezicht hem daar zo hoog opgericht te zien, onzeker op zijn achterste zes benen balancerend, ofschoon het grootste deel van de bemanning tamelijk gewend was geraakt aan dergelijke kunsten. Maar dat was niet wat indruk maakte op Barlennan. Als je één kilo weegt moet je je stevig vasthouden of je wordt door de eerste de beste bries van boord geblazen, en met zes loopbenen kan niemand zich ergens aan vasthouden. Met deze storm…

Maar bevelen waren al niet meer verstaanbaar, zelfs als de kapitein zo luid schreeuwde als hij kon. Hij was net begonnen over de open ruimte te kruipen die hen van elkaar scheidde toen hij zag dat de stuurman zijn harnas met een stel touwen had bevestigd aan het dek, zodat hij bijna even stevig vastgebonden was als de mast waaraan hij werkte.

Barlennan was gerustgesteld. Hij wist waarom Don het had gedaan: het was een uitdaging aan wat deze storm voortjoeg, en hij stelde de bemanning zijn houding ten voorbeeld. Flinke kerel, dacht Barlennan. Hij richtte zijn aandacht opnieuw op de baai.

Niemand zou precies hebben kunnen zeggen waar thans de scheiding lag tussen vloeistof en land. Een verblindende warreling van witte sproeiregen en bijna wit zand verborg alles wat meer dan honderd meter van de Bree verwijderd was, en nu werd zelfs het schip moeilijk te zien, omdat krachtig voortgedreven druppels methaan als kogeltjes door de lucht vlogen en over zijn oogleden uitvloeiden. Het dek onder zijn vele voeten was tenminste nog rotsvast; hoe licht het schip nu ook was, het maakte geen aanstalten om weg te waaien.



2 из 224