
“Als u een machine het daar zo lang kan laten uithouden, zou ik denken dat u iets kon bouwen om zelf naar beneden te gaan,” zei de Drommiër.
Raeker lachte wrang. “Gelijk hebt u, en dat maakt de huidige toestand des te vervelender. We hebben haast zo’n machine klaar om af te dalen. We hadden gedacht over een paar dagen rechtstreeks met onze mensen beneden te kunnen samenwerken.”
“Echt? Ik denk dat zoiets ontwerpen en bouwen veel tijd gekost moet hebben.”
“Zo is het. Het probleem lag niet in het afdalen. Met de parachutes van de robot lukte dit aardig. De grote moeilijkheid is weer opstijgen.”
“Waarom zou dat zo moeilijk zijn? Als ik het goed begrijp is de zwaartekracht beneden nog minder dan op mijn planeet en zelfs het potentiaalverloop moet wat kleiner zijn. Elke stuwraket zou je redelijk moeten opheffen.” “Werkte dat maar. Stuwstelsels die enige uitstroomsnelheid bereiken tegen achthonderd atmosfeer zijn er nog niet. Ze smelten — ze blazen niet omdat de druk te hoog is.” De Drommiër keek even wat verbaasd op, toen knikte hij merkwaardig menselijk. “Natuurlijk, had ik kunnen bedenken. Ik herinner me dat raketten op uw planeet ook al beter werken dan op de onze. Maar hoe hebt u dat opgelost? Een radicaal nieuw reactortype?”
“Niks nieuws; alles aan het apparaat is eeuwenoud. In de grond is het een schip zoals lang geleden op mijn wereld werd gebruikt voor diepzee-verkenning. Bathyscaaf, noemden we zoiets. In de praktijk is het een luchtschip. Ik kan het wel beschrijven, maar u moet het liever —”
“Leraar!” Zelfs Aminadabarlee herkende Nicks stem die uit de luidspreker knalde. Raeker keerde zich snel naar zijn paneel en drukte op de microfoonknop.
