
In Boedapest vond hij wijn en acrobatische dansen, een bevolking die hem tolereerde als een toerist met veel geld en toeristen die meenden dat hij een rijke ingezetene was. Hij danste hun dansen en dronk hun wijn en vertrok voor middernacht.
In Cairo ging hij wandelen.
De lucht was warm en schoon, ze vaagde de nevels een beetje uit zijn hoofd. Hij wandelde over de helder verlichte roltrottoirs en voegde zijn eigen tempo toe aan hun vijftien kilometer per uur. Op dat moment viel het hem in dat alle steden over de hele wereld roltrottoirs hadden en dat ze allemaal een snelheid hadden van vijftien kilometer per uur.
Die gedachte was onverdraaglijk. Niet nieuw, maar onverdraaglijk. Louis Wu zag hoe door en door Cairo op München leek en op Greenwich … en op San Francisco en Topeka en Londen en Amsterdam. De winkels langs de troittoirs verkochten in alle steden van de wereld precies dezelfde produkten. De mensen die hij vanavond tegenkwam, zagen er allemaal hetzelfde uit en gingen allemaal op dezelfde manier gekleed. Het waren geen Amerikanen of Duitsers of Egyptenaren, maar gewoon vlakIanders.
Dit hadden in drieëneenhalve eeuw de transfercabines gedaan met de oneindige verscheidenheid van de Aarde. Ze omspanden de wereld met hun net van ogenblikkelijke verplaatsing. Het verschil tussen Moskou en Sydney was een ogenblikje en een muntstuk ter waarde van een tiende ster. Onvermijdelijk waren de steden door de eeuwen heen op elkaar gaan lijken, totdat plaatsnamen nog slechts herinneringen aan het verleden waren.
San Francisco en San Diego vormden de noordelijke en zuidelijke uiteinden van een enorme kuststad, maar hoeveel mensen wisten tegenwoordig nog waar noord en waar zuid lag? Drigg weinig maar. Wat een pessimistische gedachten op je tweehonderdste verjaardag.
Maar het vervagen van de steden was werkelijkheid.
