Louis had het zien gebeuren. Al die kleine rare trekjes van plaats en tijd en traditie waren versmolten tot één saaie grijze brij die over de hele wereld was uitgesmeerd. Sprak er tegenwoordig nog iemand Deutsch, English, Français of Espanol? Iedereen sprak Interwerelds. De mode in lichaamsbeschilderingen bijvoorbeeld kon van iene dag op de andere omslaan over de hele wereld, in een gigantische monsterlijke omwenteling.

Werd het tijd dat hij er weer een jaartje tussenuit trok? Het onbekende tegemoet in een enkelschip, met huid en haar en ogen in zijn eigen kleur, en een baard die in het wilde weg mocht groeien? ‘Doe niet zo gek,’ zei Louis tegen zichzelf. ‘Ik ben net terug van groot verlof.’ Dat was twintig jaar geleden geweest.

Maar het liep alweer tegen middernacht. Louis Wu zocht een transfercabine op, stopte zijn betaalpas in de gleuf en draaide het nummer van Teheran.

Hij kwam uit in een zonverlichte kamer.

‘Drigg nog aan toe,’ zei hij verwonderd en knipperde met zijn ogen. De transfercabine had zeker kortsluiting gemaakt of zo. In Teheran hoorde de zon helemaal niet te schijnen. Louis Wu wilde nog eens het nummer van Teheran draaien en keerde zich om, maar toen draaide hij zich opnieuw om, en zijn mond viel open. Hij bevond zich in een volslagen anonieme hotelkamer en die omgeving was zo prozaïsch, dat de andere aanwezige des te schokkender overkwam.

Tegenover hem, midden in de kamer, bevond zich een wezen dat mens noch humanoïde was. Het stond op drie benen en het keek Louis Wu van twee kanten tegelijk aan, met twee platte hoofden die aan het eind van soepele, slanke halzen zaten. Het grootste gedeelte van zijn nogal onthutsende gestalte was met witte fluweelzachte huid bedekt, maar vanaf het punt tussen de twee halzen ontsprong een dichte, grove, bruine manendos, die langs de ruggegraat liep en het ingewikkelde heupgewricht van het derde been bedekte. De twee voorbenen stonden wijd uit elkaar, zodat de kleine klauwhoefjes van het beest een bijna gelijkzijdige driehoek vormden.



3 из 354