
‘Dat kan ik me voorstellen.’
‘Ze zei min of meer dat als haar ouders werkelijk naar gebeden luisterden en in de hemel enige invloed konden uitoefenen om ze verhoord te krijgen, waarom zouden ze dan háár gebed niet verhoord hebben om uit hun graf op te staan? Dat zou een nuttig wonder zijn, zei ze, en het is al eerder voorgekomen. Als Os Venerados werkelijk de macht hadden om wonderen te verrichten, dan moest dat betekenen dat ze niet genoeg van haar hielden om haar gebed te verhoren. Zij bleef liever geloven dat haar ouders nog steeds van haar hielden en gewoon de macht niet hadden om iets te doen.’
‘Een geboren sofist,’ zei Pipo.
‘Sofist én deskundige op het gebied van schuld. Ze zei tegen de bisschop dat als de paus haar ouders venerabel verklaarde, dat erop zou neerkomen dat de kerk zei dat haar ouders haar haatten. Het verzoekschrift tot zaligverklaring van haar ouders was een bewijs van het feit dat Lusitania haar verachtte; als het werd ingewilligd, zou dat bewijzen dat de kerk zelf verachtelijk was. Bisschop Peregrino was des duivels.’
‘Ik constateer dat hij het verzoekschrift evengoed heeft ingediend.’
‘Voor het goed van de gemeenschap. En per slot van rekening wáren er al die wonderen.’
‘Iemand raakt het graf aan en zijn hoofdpijn verdwijnt en ze roepen gelijk: “Milagre! — os santos me abençoaram!” Een wonder! — de heiligen hebben me gezegend!’
‘Je weet dat het Heilige Rome tastbaarder wonderen verlangt. Maar dat doet er niet toe. De paus was zo genadig om ons toe te staan onze kleine stad Milagre te noemen en nu stel ik me voor dat iedere keer dat iemand die naam noemt, Novinha’s heimelijke woede heter oplaait.’
‘Of kouder. Van dat soort dingen weet je nooit welke kant ze zullen opgaan.’
‘In ieder geval ben je dus niet de enige die ooit naar haar gevraagd heeft, Pipo. Maar je bent wel de enige die ooit naar haar heeft gevraagd omwille van haarzelf, en niet omwille van haar zeer Zalige en Gezegende ouders.’
