
Nu was Dona Cristã naar de zenadorpost gekomen om met Pipo over Novinha te praten. Waarom met Pipo? Hij kon maar één reden bedenken waarom het hoofd van de school naar hem toe zou komen om over dit bijzondere weesje te praten. ‘Moet ik geloven dat ik in al die jaren dat Novinha bij jou op school heeft gezeten, de enige persoon ben die naar haar heeft gevraagd?’
‘Niet de enige,’ zei ze. ‘Een paar jaar geleden was er van allerlei kanten belangstelling voor haar, toen de paus haar ouders zalig verklaarde. Iedereen kwam toen vragen of de dochter van Gusto en Cida, Os Venerados, ooit wonderbaarlijke gebeurtenissen had opgemerkt die verband hielden met haar ouders, zoals zoveel andere mensen.’
‘Hebben ze haar dat werkelijk gevraagd?’
‘Er waren geruchten en bisschop Peregrino moest die onderzoeken.’ Dona Cristã kreeg een strakke mond als ze over de jonge geestelijke leider van de Lusitaniakolonie sprak. Maar ja, men zei dat de kerkhiërarchie nu eenmaal nooit goed overweg kon met de orde van de Filhos da Mente de Cristo. ‘Haar antwoord was leerzaam.’
