Demosthenes, Brief aan de framlings

Wroeter was tegelijk de lastigste en de hulpvaardigste van de pequeninos. Hij was er altijd wanneer Pipo hun open plek bezocht en hij deed zijn best de vragen te beantwoorden die Pipo volgens de wet niet openlijk mocht stellen. Pipo rekende op hem — misschien wel te veel — maar hoewel Wroeter even veel lol maakte en speelde als iedere andere onverantwoordelijke jongeling, was hij een scherp waarnemer die diep groef en alles op de proef stelde. Pipo moest altijd op zijn hoede zijn voor de valstrikken die Wroeter voor hem uitzette.

Een ogenblik geleden was Wroeter nog aan het boomklimmen, waarbij hij de bast uitsluitend tussen de eeltkussens op zijn enkels en aan de binnenkant van zijn dijen vastklemde. In zijn handen had hij twee stokken — Vaderstokken heetten die — waarmee hij onder het klimmen voortdurend in een dwingend, aritmisch patroon tegen de boom sloeg.

Het geluid dreef Mandachuva uit de blokhut naar buiten. Hij riep Wroeter iets toe in de mannentaal en daarna in het Portugees. ‘P’ra baixo, bicho!’ Een paar nabije zwijntjes die zijn Portugese woordspeling hoorden, lieten hun waardering blijken door hun dijen krachtig tegen elkaar te wrijven. Dat maakte een sissend geluid en Mandachuva maakte een sprongetje van verrukking over hun applaus.

Ondertussen boog Wroeter zich zo ver achterover dat een val onvermijdelijk leek. Toen zette hij zich af met zijn handen, maakte een salto in de lucht en kwam op zijn benen terecht. Hij moest wel een paar sprongetjes maken, maar hij struikelde niet.

‘Dus nu ben je al een acrobaat ook,’ zei Pipo.

Wroeter liep opschepperig naar hem toe. Het was zijn manier om mensen na te doen.



5 из 442