Ik heb vraagtekens gezet bij jouw     rekensommen. Jij luistert niet. Kijk dan zelf, ze leven nog!’ ‘Heerlijk,’ zei Louis. ‘De vampiers hebben het overleefd.’ ‘Niet alleen vampiers. Kijk.’ Verst-in-de-achterhoede floot een commando en het venster zoomde in op bergen in de verte. Daar staken een stuk of dertig humanoïden een pas tussen twee pieken over: eenentwintig vampiers; zes van die kleine, roodhuidige herders die ze tijdens hun laatste bezoek waren tegengekomen; vijf van een groter, donkerder type humanoden; twee van een soort met een klein hoofd, misschien niet sapiens. Alle prooiwezens waren naakt en geen ervan probeerde te ontsnappen. Ze waren vermoeid, maar vrolijk. Ze vormden paren, steeds een vampier met iemand van een van de andere soorten. Slechts enkele vampiers droegen kleding tegen de kilte en de regen. Die kleren waren kennelijk afgepakt van anderen en bijgeknipt om ze een beetje passend te maken.

Vampiers waren in het geheel niet sapiens, althans volgens de gegevens waarover Verst-in-de-achterhoede beschikte. Hij vroeg zich af of dieren eigenlijk wel slaven of vee konden houden… maar goed. ‘Louis, Chmeee, zien jullie dat? Er zijn ook nog andere soorten in leven gebleven. Ik heb zelfs een keer een Stedenbouwer gezien.’ ‘Ik zie geen kankers en ik zie geen mutaties,’ zei Louis Wu, ‘maar ze moeten er zijn! Verst-in-de-achterhoede, ik kreeg mijn informatie van Teela Brown. Teela was een beschermheer — slimmer dan jij en ik samen. Anderhalf biljoen doden, heeft ze gezegd.’ ‘Teela was intelligent,’ zei Verst-in-de-achterhoede, ‘maar ik zie haar als menselijk, Louis. Zelfs na haar verandering: nog steeds menselijk. Mensen willen gevaar niet open onder ogen zien. Jij noemt Poppenspelers lafaards, maar niet willen kijken, dat is laf.’

‘Hou op. Het is een jaar geleden. Kankers hebben vaak tien of twintig jaar nodig. Mutaties vereisen een hele generatie.’ ‘Beschermheren hebben hun grenzen! Teela had geen benul van het vermogen van mijn computers! Je hebt mij achtergelaten om de beste instellingen te zoeken, Louis –’ ‘Hou op, zei ik!’ ‘Ik zal blijven kijken,’ zei de Poppenspeler.



10 из 407