Burchten zijn geen aangename oorden voor gebrekkigen, en bij het afdalen van de wenteltrap van de Zeedrakentoren werd Cressen daar weer eens aan herinnerd. Heer Stannis zou wel in de Zaal van de Beschilderde Tafel te vinden zijn, boven in de Stenen Trom, de hoofdburcht van Drakensteen, die zo heette omdat de eeuwenoude muren bij storm dreunden en bonkten. Om hem te bereiken moest Cressen de galerij oversteken, de midden-en binnenmuren met hun waakzame gargouilles en zwarte ijzeren hekken passeren, en een hoeveelheid treden beklimmen waar hij eigenlijk niet aan denken moest. Jonge mannen namen een trap met twee treden tegelijk. Voor oude mannen met slechte heupen was iedere tree een kwelling. Maar heer Stannis zou er niet over piekeren naar hem toe te komen, dus legde de maester zich bij de beproeving neer. Hij had in elk geval Pylos om hem te helpen, en daar was hij dankbaar voor.

Toen ze de galerij over schuifelden kwamen ze langs een rij hoge boogvensters die een indrukwekkend uitzicht boden op het voorplein, de buitenmuur en het vissersdorp daarachter. Op het binnenplein waren boogschutters aan het oefenen op het commando: ‘Opzetten, aanleggen, los.’

Hun pijlen maakten een geluid als een zwerm opstijgende vogels. Wachters schreden over de weergangen en tuurden tussen de gargouilles door naar de buiten gelegerde krijgsmacht. De ochtendlucht was nevelig door de rook van de kookvuurtjes waaromheen drieduizend mannen zaten te ontbijten onder de banieren van hun heren. Achter het uitgestrekte kampement was de ankerplaats bezaaid met schepen. Geen enkel vaartuig dat het afgelopen jaar bij Drakensteen had aangemeerd had weer mogen uitvaren. De Furie van heer Stannis, een driedeks-oorlogsgallei met driehonderd riemen, leek bijna klein naast sommige van de dikbuikige galjoenen en koggen eromheen. De wachter voor de Stenen Trom kende de maesters van gezicht en liet hen door. ‘Wacht hier,’ zei Cressen binnen tegen Pylos. ‘Ik kan het beste alleen met hem spreken.’



10 из 1016