Maar Cressen had geweigerd en ten slotte de overhand behaald. Hij zou niet weten of Lapjeskop ooit enige vreugde aan die overwinning had beleefd, zelfs al die jaren later nog niet.

‘De schaduwen zullen dansen, heer, dansen heer, dansen heer,’ zong de dwaas maar door, zwaaiend met zijn hoofd, zodat zijn bellen rinkelden en rammelden. Boing-doing, tingeling, boing-doing. ‘Heer,’ krijste de witte raaf. ‘Heer, heer, heer.’

‘Een zot zingt wat hij wil,’ zei de maester tegen zijn bange prinses.

‘Trek je maar niets van zijn woorden aan. Morgenochtend komt er weer een ander liedje bij hem op, en dan hoor je dit nooit meer.’ Hij kan heel aardig zingen in vier talen, had heer Steffon geschreven… Pylos kwam de deur binnenstappen. ‘Met uw goedvinden, maester.’

‘Je bent de havermout vergeten,’ zei Cressen geamuseerd. Dat was helemaal niets voor Pylos.

‘Maester, ser Davos is vannacht teruggekomen. Ze hadden het er in de keuken over. Ik dacht dat u dat wel meteen zou willen weten.’

‘Davos… vannacht, zeg je? Waar is hij?’

‘Bij de koning. Ze zijn vrijwel de hele nacht bijeen geweest.’

Er was een tijd geweest dat heer Stannis hem gewekt zou hebben, om het even hoe laat, om hem om raad te vragen. ‘Dat had ik horen te weten,’ klaagde Cressen. ‘Ik had gewekt moeten worden.’ Hij maakte zijn vingers los uit die van Shirine. ‘Neemt u mij niet kwalijk, hoogheid, maar ik moet met uw vader spreken. Pylos, je arm. Deze burcht heeft veel te veel treden, en ik krijg de indruk dat ze er elke nacht een paar bijmaken, alleen om mij dwars te zitten.’

Shirine en Lapjeskop liepen achter hen aan naar buiten, maar het kind kreeg algauw genoeg van de slakkengang van de oude man en stoof vooruit. De zot liep slingerend achter haar aan, met woest rinkelende koeienbellen.



9 из 1016