‘De Regenbooggarde?’

‘Renling heeft zijn eigen koningsgarde opgericht,’ verklaarde de voormalige smokkelaar, ‘maar deze zeven dragen geen wit. Ze hebben allemaal hun eigen kleur. Loras Tyrel is de aanvoerder.’

Dat was net iets voor Renling Baratheon: een schitterende nieuwe ridderorde, met een grandioze nieuwe uitrusting om het wereldkundig te maken. Als jongen was Renling al verzot geweest op felle kleuren en kostbare stoffen, en hij had ook heel graag spelletjes gespeeld. ‘Kijk eens!’ schreeuwde hij dan terwijl hij schaterlachend door de zalen van Stormeinde rende. ‘Kijk eens, ik ben een draak,’ of ‘Kijk eens, ik ben een tovenaar’, of ‘Kijk eens, ik ben de regengod.’

Dat dappere kleine joch met zijn wilde zwarte haren en lachende ogen was inmiddels een volwassen man van eenentwintig, maar spelletjes speelde hij nog steeds. Kijk eens, ik ben een koning, dacht Cressen bedroefd. O Renling, Renling, lieve, beste jongen, weet je wel wat je doet? En als je het weet, lig je daar dan wakker van? Zou er behalve ik nog iemand wakker liggen om jou? ‘En welke redenen gaven de heren op voor hun weigering?’

‘Tja, sommigen brachten het mild, anderen bot, sommigen kwamen met verontschuldigen, anderen met beloften, en sommigen logen gewoon.’ Hij haalde zijn schouders op. ‘Uiteindelijk zijn woorden gewoon maar wind.’

‘U kon hem geen hoop geven?’

‘Alleen valse, en dat doe ik niet,’ zei Davos. ‘Van mij heeft hij de waarheid gehoord.’

Maester Cressen herinnerde zich de dag dat Davos tot ridder was geslagen, na de belegering van Stormeinde.



12 из 1016