
In die burcht had heer Stannis bijna een jaar lang met een klein garnizoen standgehouden tegen de enorme krijgsmacht van de heren Tyrel en Roodweyn. Ze konden zelfs de zee niet op, want die werd dag en nacht in het oog gehouden door galeien van Roodweyn, waarop de wijnrode banieren van het Prieel wapperden. In Stormeinde waren de paarden allang opgegeten, honden en katten waren er ook niet meer en het garnizoen teerde nog slechts op wortels en ratten. Toen brak er een nacht aan waarin de maan nieuw was en de sterren achter zwarte wolken schuilgingen. Onder de mantel van die duisternis had de smokkelaar Davos zowel Roodweyns kordon als de klippen van de Scheepskrakerbaai getrotseerd. Zijn boot had een zwarte romp, zwarte zeilen, zwarte riemen en een ruim dat volzat met uien en gezouten vis. En hoe weinig ook, het was genoeg geweest om het garnizoen in leven te houden tot Eddard Stark erin slaagde Stormeinde te bereiken en het beleg te breken. Heer Stannis had Davos beloond met uitgelezen landerijen op Kaap Gram, een kleine burcht en de eer van het ridderschap… maar hij had ook verordonneerd dat Davos al die jaren van smokkelen met één kootje van elke linkervinger zou moeten bekopen. Davos had zich onderworpen, op voorwaarde dat Stannis zelf het mes zou hanteren, want hij weigerde door de hand van een mindere gestraft te worden. Heer Stannis had een beenhouwersbijl gebruikt om rechter en preciezer te kunnen hakken. Na afloop had Davos voor zijn nieuwbakken huis de naam Zeewaard gekozen en als banier een zwart schip op een lichtgrijs veld genomen… met een ui op de zeilen. De voormalige smokkelaar placht graag te zeggen dat heer Stannis hem een dienst had bewezen door te zorgen dat hij nu vier vingernagels minder had om schoon en kort te houden.
Nee, dacht Cressen, zo’n man zou geen valse hoop geven, noch een harde waarheid verzachten. ‘Ser Davos, de waarheid kan een bittere pil zijn, zelfs voor een man als heer Stannis. Het enige dat hij in zijn hoofd heeft, is op volle sterkte naar Koningslanding terug te keren om zijn vijanden te verscheuren en op te eisen wat hem rechtens toekomt. Maar nu…’