‘Ik hoor het,’ verzekerde Johannsen hem zuur. Don schakelde het uit.

‘Heb je onze blikken geoogst?’ vroeg Johannsen vervolgens. Dit sloeg op de kleine bussen op steeltjes die regelmatig werden uitgezet en verzameld om de beweging van het maanstof te controleren, evenals van andere materialen, inclusief radioactieve atomen die op verschillende afstanden van de Hut werden uitgezaaid.

‘Ik heb mijn zeis nog niet geslepen,’ vertrouwde Don hem toe.

‘Neem er de tijd voor,’ adviseerde Johannsen met een veel betekenend gesnuif terwijl hij uitschakelde. Hij en Don wisten heel goed dat het planten en oogsten van de blikken vooral een voorwendsel was om iemand in een pak en buiten de Hut te krijgen, als veiligheidsmaatregel, wanneer het gevaar van een maanbeving het grootst was — als de aarde en de zon aan dezelfde kant aan de maan trokken, zoals nu, of van tegenovergestelde zijden, zoals over twee weken. Men vermoedde dat aardbevingen werden veroorzaakt door gravitatiekracht, en daarom mogelijk ook de maanbevingen. Buiten zeer milde trillingen had de Maanbasis nog niets meegemaakt — de pen van de seismograaf, opgesteld op de massieve rots onder het stof waarop de Hut rustte, had toen nauwelijks getrild; desalniettemin stond Gompert erop dat er elke twee weken een paar uur lang iemand buiten was — bij ‘nieuwe aarde’ en ‘volle aarde’, (of volle maan en nieuwe maan, als je het taaltje van de aardrotten trouw bleef). Als er dus iets onverwachts mocht geschieden en de Hut ernstige schade opliep had Gompert tenminste één vogel in de lucht.

Het was eenvoudig een van de vele bedachtzame voorzorgen die de Maanbasis voor zijn eigen veiligheid trof. Bovendien werd op deze manier regelmatig en rigoureus de doelmatigheid van de ruimtepakken en het alleen-werkende personeel getest.

Don keek weer op naar de aarde.



13 из 401