Ze dankte Mentor, haar science fiction-god, dat de lang bewaarde, vijfenzeventig centimeter lange nylonlaarzen die ze onder haar zwarte sportkleding droeg ook zwart waren — een van de populaire pasteltinten zou zelfs zonder de zaklamp duidelijk zichtbaar zijn geweest. De tas die aan haar schouder bengelde was zwart. Ze maakte zich niet bezorgd over haar gezicht en armen, die waren donker genoeg om in de nacht op te gaan — en om haar overdag voor kleurling te laten doorgaan. Barbara wilde wel haar steentje bijdragen voor de integratie, maar toch vond ze het soms vervelend dat ze zo snel zo donker bruinde.

Een van de lasten die de joden dapper moesten dragen, had haar vader kunnen zeggen, hoewel haar vader stoutmoedige meisjes die op miljonairs joegen in hun hol in Florida, dat ze met de krokodillen deelden, niet zou hebben gewaardeerd. En evenmin het soort meisjes dat bikini’s in gegapte schoudertassen vervoerde.

De lantaarn van de politieman prikte nu tussen de struiken aan de overkant van de straat, zodat ze verder het gazon kon oversteken, veerkrachtig als schuimrubber. Ze was zeker dat dit het huis was waar ze een lens had zien schitteren toen ze stiekem bij zonsondergang had gezwommen.

Toen ze nadersloop werd het erg donker om haar heen. Toen ze een tweede dwergpalm passeerde hoorde ze het gefluister van een kleine elektromotor, en ze rende bijna tegen een wit pak op dat bij het oculair zat van een grote witte teleskoop, die steunde op een statief met witte poten en gericht was op de westelijke hemel.

Het pak stond op met een wankele beweging die verraadde dat het werd geholpen door een wandelstok, en uit de bovenkant klonk een trillende stem. ‘Wie is dat?’ ‘Goedenavond,’ antwoordde Barbara Katz met haar warmste, beleefdste stem. ‘Ik geloof dat u me kent — ik ben het meisje dat de zwart en geel gestreepte bikini aantrok. Mag ik samen met u naar de verduistering kijken?’



19 из 401