Paul deed zijn best het witte bordje voorbij te rijden maar Margo riep dat hij moest stoppen. ‘Daar! Bij die groene lantaarn! Stop daar!’ Toen de auto over de ongelijke berm botste ging Miauw rechtop zitten, rekte ze zich uit, en keek toen zonder veel belangstelling om zich heen.

Er liep een onverharde weg naast het strand omlaag, langs de voet van de heuvel die de snelweg na zijn bocht land inwaarts beklom — een voorpost van het grote plateau met Vandenberg Twee.

Aan een kant van het pad hing een flakkerende petroleum lamp met een groen glas rond de vlam. Aan de andere kant, helder afgetekend in het licht van de koplampen, stond een nogal klein wit bord. De zwarte letters erop, die in het geheel niet ruw waren getekend, verkondigden: DEZE KANT OP NAAR DE VLIEGENDE SCHOTEL CONFERENTIE.

‘Alleen in Zuid Californië,’ zei Paul hoofdschuddend.

Margo zei: ‘Laten we doorrijden en zien wat er aan de gang is.’

‘Van z’n leven niet!’ verzekerde Paul haar luid. ‘Jij kunt Vandenberg niet uitstaan, maar ik kan schotelmaniakken niet uitstaan.’

‘Maar het klinkt niet alsof het maniakken zijn, Paul,’ zei Margo. ‘De hele toestand heeft stijl. Kijk maar naar die letters — ‘t is puur Baskerville.’

Ze greep Miauw van haar schoot en klauterde de auto uit om het bord van dichtbij te bekijken.

‘Trouwens, we weten niet of die vergadering vanavond is,’ riep hij haar na. ‘Waarschijnlijk is hij vanmiddag gehouden, of misschien wel vorige week. Wie weet?’ Hij stond ook op. ‘Ik zie nergens licht of enig teken van leven.’

‘Die groene lantaarn bewijst dat het vanavond is,’ riep Margo terug vanwaar ze bij het bord stond. ‘Laten we gaan kijken, Paul.’

‘Die groene lamp heeft waarschijnlijk niets met het bord te maken.’

Margo draaide zich om, en hield een zwarte vinger in het gele schijnsel van de autolampen.



21 из 401