
Hij was niet bijzonder geschrokken en evenmin erg bang. De zwakte zou voorbijgaan, of niet. Hij had geweten dat de kleine klim naar deze gunstige plek om naar de eclips te kijken gevaarlijk was. Tenslotte had zijn moeder hem gewaarschuwd tegen het alleen beklimmen van de rotsen, zeventig jaar geleden. Met een papierdunne aorta was het dubbel gevaarlijk. Maar altijd was het hem alles waard om alleen op pad te gaan, wat te klimmen, en de hemel gade te slaan.
Zijn ogen rustten ietwat smachtend op de lichten van de Mesa, maar nu sloeg hij ze op. Dit was ongeveer de vijftigste keer dat hij de maan verduisterd had gezien, maar vannacht in haar bronzen fase scheen zij mooier te zijn dan ooit te voren, leek zij meer dan ooit op de granaatappel die Prozerpina in de Tuin van de Dood had geplukt. Zijn zwakte ging niet voorbij.
4
De open auto met Paul Hagbolt en Margo Gelhorn en haar poes hobbelde licht over het met sporen doorsneden pad. Opnieuw liep de ruwe klif rechts, het zandstrand links, allebei nu ongeveer een meter naast het pad. Weg van de grote snelweg deed de nacht zich gelden. De drie reizigers beleefden nu meer als een eenheid en intenser de eenzame duisternis van de verdwijnende maan die in de besterde hemel omhoog klom. Zelfs Miauw ging rechtop zitten en tuurde voor zich uit.
‘Uiteindelijk leidt deze weg waarschijnlijk naar de achterdeur van Vandenberg Twee,’ peinsde Paul. ‘De strandpoort noemen ze het. Weliswaar word ik geacht de hoofdingang te gebruiken, maar ach… ‘ Even later: ‘Eigenlijk is het grappig dat die schotelmaniakken hun vergaderingen altijd naast raketbases of atoominstallaties houden. Ze hopen zeker dat ze zo een deel van de roem krijgen, denk ik. Wist je dat de ruimtemacht er een tijd lang erg achterdochtig over was?’ De koplampen verlichtten een steenlawine die meer dan de helft van de weg blokkeerde. Hij was even hoog als de motorkap, en recent, gezien de vochtige aanblik van de korrels aarde. Paul liet de auto stoppen.
