‘En of ze mensen zijn. Zelfs jouw grote god Heinlein geeft toe dat ze tweedeklas mensen zijn, even veel waard als inboorlingen of fellahin.’

‘De theorie erachter interesseert me niet, Margo. Ik weiger alleen om een nerveuze poes te vervoeren in mijn open auto met de kap omlaag.’

‘Miauw is niet nerveus. Zij is een meisje.’

‘Zijn vrouwen kalm? Kijk eens naar jezelf!’

‘Neem je haar niet mee?’

‘Nee!’


* * *

Een schamele vierhonderdduizend kilometer voorbij de aarde veranderde de maan van spookachtig goud in bleekbrons toen zij langzaam over de schaduwgrens gleed van de grotere bol. Zon, aarde, en maan gingen op een rij staan. Het was de tien miljoenste verduistering van de maan, of daaromtrent. Eigenlijk niets buitengewoons, maar toch stonden onder de knusse deken van de aardatmosfeer al honderdduizenden mensen het schouwspel te bekijken vanaf de nachtzijde van de aarde, die zich nu van de Noordzee tot Californië en van Ghana tot Pitcairn Island uitstrekte over de Atlantische Oceaan en de beide Amerika’s.

De overige planeten bevonden zich merendeels aan de andere zijde van de zon, even ver weg als de mensen in de andere vleugel van een groot huis.

De sterren waren vrieskoude, dimensieloze ogen in het duister, even ver als huizen met vrolijk verlichte ramen aan gene zijde van de oceaan.

Het Aarde-Maan-stelsel, dat zich koesterde in het zonnevuur, was bijna alleen in een zwart woud met een doorsnede van veertig miljoen kilometer. Een angstwekkend eenzame situatie, vooral als je je voorstelde dat in het woud iets volkomen onbekends zich roerde, iets dat dichterbij sloop, en het sterrenlicht deed schudden terwijl het de zwarte twijgen van de ruimte opzij boog.


* * *

Ver buitengaats op de Atlantische Oceaan wekte een vlaag donker buiswater in zijn ogen Wolf Loner uit een verkillende angstdroom, op tijd om te zien dat de koperkleurige maan werd opgeslokt door het laatste rafelige venster hoog in de dikker wordende zwarte wolkenbank in het westen.



6 из 401