‘Geen raadsel.’ Alleras nam een slokje wijn. De overigen sloegen hele kroezen achterover van de geducht sterke cider waar de Veer en Ktoes bekend om stond, maar hij gaf de voorkeur aan de vreemde, zoete wijnen uit het land van zijn moeder. Zelfs in Oudstee waren die wijnen niet goedkoop.

Luie Leo was degene geweest die Alleras ‘de Sfinx’ had genoemd. Een sfinx is een beetje van dit en een beetje van dat: het gezicht van een mens, het lichaam van een leeuw; de vleugels van een havik. Alleras was net zo: zijn vader was een Dorner, zijn moeder een vrouw van de Zomereilanden met een zwarte huid. Zijn eigen huid was donker als teakhout. En net als de groenmarmeren sfinxen die de hoofdpoort van de Citadel flankeerden, had Alleras ogen van onyx.

‘Geen draak heeft ooit drie koppen gehad, behalve op schilden en banieren,’ zei Armin de Acoliet streng. ‘Dat was een heraldische voorstelling, meer niet. Bovendien zijn de Targaryens allemaal dood.’

‘Niet allemaal,’ zei Alleras. ‘De bedelaar-koning had een zuster.’

‘Ik dacht dat die met haar hoofd tegen een muur geslagen was,’ zei Roene.

‘Nee,’ sprak Alleras tegen. ‘Het was het zoontje van prins Rhaegar wiens hoofd door de dappere lieden van de Lannister-Ieeuw tegen de muur werd geslagen. Wij hebben het hier over Rhaegars zuster, geboren op Drakensteen voor de val van de burcht. Degene die Daenerys heet.’

‘Daenerys Stormgeboren. Nu herinner ik me haar.’ Mollander hief zijn kroes hoog op, zodat de resterende cider over de rand spatte. ‘Op haar gezondheid!’ Hij nam een grote slok, zette met een klap zijn lege kroes neer, boerde en veegde met de rug van zijn hand zijn mond af. ‘Waar is Roosje? Onze rechtmatige koningin verdient nog een rondje cider, vinden jullie ook niet?’

Armin de Acoliet keek geschrokken. ‘Zachter, idioot. Over zulke dingen moet je zelfs geen grappen maken. Je weet nooit wie er luistert. De Spin heeft overal oren.’



8 из 953