Het lag onder zijn beschermende tentje naast hem op het achterdek. Het was een schijnbaar massief blok, acht centimeter lang en ongeveer half zo breed en hoog. Een doorschijnende plek in een van de gladde uiteinden zag eruit als een oog en scheen ook zo te werken. Het enige andere kenmerk was een rond gaatje in een van de lange zijden. Deze kant lag boven terwijl het einde met het oog iets onder de tent uitstak. De opening van deze tent was natuurlijk aan de lijzijde, zodat het doek strak tegen de platte bovenzijde van het apparaat drukte.

Barlennan stak een arm onder de tent, voelde rond tot hij het gat vond en stak er zijn schaar in. Er was daarbinnen niets dat bewoog, zoals een schakelaar of een knop, maar dat deerde hem niet: hij kende dergelijke dingen evenmin als temperatuur-, licht-, of capaciteitgevoelige relais. Uit ervaring wist hij dat het voldoende was om iets ondoorzichtigs in dit gat te steken om de Vlieger op te roepen, en hij wist ook dat het niet de minste zin had om uit te vorsen hoe dat in zijn werk ging. Soms bedacht hij zich een beetje treurig dat het net zoiets was als een kind van tien dagen onderwijzen in navigatie. De intelligentie was er waarschijnlijk wel — in ieder geval was het een troost om dit te denken — maar de jaren van ervaring ontbraken.

“Ja, Charles Lackland hier,” zei de machine ineens, zijn gedachtengang onderbrekend. “Ben jij dat, Barl?”

“Dit is Barlennan, Charles.” De kapitein sprak in de taal van de Vlieger, die hij geleidelijk aan begon te beheersen. “Plezierig je stem te horen. Hadden we gelijk met dit briesje?

“Hij kwam op de tijd die je voorspelde. Een ogenblik — ja, er is sneeuw bij. Dat had ik nog niet opgemerkt, maar ik zie nog “geen stof.”



4 из 224