“Dat komt nog. Die vulkaan heeft minstens veertig kubieke kilometer stof de lucht ingeslingerd en het is zich al dagen aan het verspreiden.”

Barlennan gaf hier niet direct antwoord op. De vulkaan in kwestie was nog steeds een twistpunt, daar hij zogenaamd lag, in een deel van Mesklin dat volgens Barlennans kennis van de aardrijkskunde niet bestond.

“Waar ik zo benieuwd naar ben, Charles, is hoe lang deze storm zal duren. Ik heb begrepen dat jouw mensen hem van boven kunnen’ zien en dus weten hoe groot hij is.”

“Hebben jullie al moeilijkheden? De winter begint net en het zal nog duizenden dagen duren voordat jullie hiervandaan kunnen.”

“Dat begrijp ik. We hebben voedsel genoeg, wat de hoeveelheid betreft. Maar we zouden nu en dan best eens iets vers willen hebben, en het zou prettig zijn als we van tevoren wisten wanneer we een paar jachtgroepen kunnen uitsturen.”

“O, bedoel je dat. Ik ben bang dat de timing erg precies zal moeten zijn. De vorige winter was ik hier niet, maar ik heb gehoord dat het dan bijna continu stormt. Ben jij ooit eerder aan de equator geweest?”

“Aan de wat?”

“Aan de — ik geloof dat jullie het de Rand noemen.”

“Nee, ik ben er nooit eerder zo dichtbij geweest en ik begrijp ook niet hoe iemand er nog dichterbij zou kunnen komen. Het lijkt me dat als we nog verder de zee opvaren we ons laatste pondje gewicht ook nog verliezen en het heelal indrijven.”

“Als het je op je gemak stelt kan ik je zeggen dat je het mis hebt. Als je verder zou gaan zou je gewicht weer toenemen. Je bent nu op de equator, op de plaats waar het gewicht het kleinst is. Daarom ben ik ook hier. Ik begin te begrijpen waarom je niet wilt geloven dat er veel verder naar het noorden ook nog land is. Ik dacht dat het taalmoeilijkheden waren, toen we er eerder over spraken. Misschien heb je nu tijd om me jullie denkbeelden uit te leggen over de aard van de wereld. Of heb je misschien kaarten?”



5 из 224