
“We hebben natuurlijk een Kom hier op het vlot op het achterdek. Je kunt hem nu niet zien, omdat de zon net onder is en Esstes niet voldoende licht geeft met die wolken. Als de zon op is zal ik je hem tonen. Mijn platte kaarten zouden niet veel helpen, omdat geen ervan voldoende terrein beslaat om een echt goed beeld te geven.”
“Goed. Terwijl we wachten tot de zon opkomt kun je misschien vast mondeling jullie opvattingen vertellen.”
“Ik weet niet of ik je taal al goed genoeg ken, maar ik zal het proberen. Ik heb op school geleerd dat Mesklin een grote holle kom is. Het deel waar de meeste mensen wonen is in de buurt van de bodem, waar het gewicht fatsoenlijk is. De filosofen geloven dat het gewicht veroorzaakt wordt door de aantrekking van een grote vlakke plaat, waar Mesklin op rust; hoe verder we ons naar de Rand begeven, des te minder wegen we, omdat we dan verder van de plaat verwijderd zijn. Waar de plaat op ligt weet niemand; je hoort hier een heleboel vreemde ideeën over van sommige van de minder beschaafde rassen.”
“Ik zou denken, als jullie filosofen gelijk hadden, dat je omhoog zou gaan telkens wanneer je je van het centrum af beweegt. En alle oceanen zouden naar het laagste punt stromen,” opperde Lackland. “Heb je dit ooit aan een filosoof gevraagd?”
“Toen ik een jongen was heb ik er eens een afbeelding van gezien. Het diagram van de leraar vertoonde een groot aantal lijnen, die van de plaat omhoogkwamen, dan ombogen en boven Mesklin samenkwamen. Door de kom kwamen ze recht omhoog in plaats van schuin, tengevolge van de kromming, en de leraar zei dat het gewicht langs de lijnen verliep in plaats van recht naar beneden naar de plaat,” antwoordde de gezagvoerder. “Ik heb het niet helemaal begrepen, maar het scheen te kloppen. Zij zeiden dat de theorie bewezen was omdat de gemeten afstanden op de kaarten overeenkwamen met de waarden die ze volgens de theorie moesten hebben. Dat kan ik wel begrijpen en het lijkt me een goed argument. Als de vorm niet was zoals ze dachten, zouden de afstanden al gauw niet meer kloppen.”
