Eigenlijk wist hij niet zeker of hij wel gevolgd werd natuurlijk, maar het kwam gewoon niet bij hem op daaraan te twijfelen. Na zijn vlucht had het twee dagen gekost om een zo verward en misleidend mogelijk spoor te maken. Hij was ver westwaarts afgebogen voor hij de weg naar huis insloeg en hij was net zo weinig geneigd als een mens, om toe te geven dat iets overbodige moeite was. Goed, hij had niet het geringste teken gezien van een achtervolging. Ondanks de gewone vertraging, opgelopen in ontoegankelijk terrein of door wilde dieren, had niemand van zijn vijanden hem ingehaald. De zwervende dieren en planten die je nooit helemaal ongestraft kon negeren hadden geen enkele belangstelling getoond in wat achter hem was. In de tijd dat ze hem gevangen hielden had de vijand zich een uitermate bekwaam jager en spoorzoeker getoond. Als je op deze feiten afging was er genoeg verontschuldiging voor zijn vermoeden, dat zijn vrijheid momenteel betekende dat ze hem niet volgden. Het was verleidelijk, maar zelf kon hij er niet in geloven. Ze waren er zo op gebrand geweest dat hij de weg naar Fagin zou wijzen!

Hij schrok op uit zijn gemijmer en bepaalde zijn aandacht weer tot de werkelijkheid. Theorieën waren nu toch nutteloos. Hij moest beslissen: of hij ging terug over het schiereiland en riskeerde zo een nieuwe gevangenneming, of hij kon wachten tot het meer droog viel en erop gokken dat ze hem niet inhaalden. Het was moeilijk uit te maken wat het gevaarlijkst was, maar een ding kon hij nagaan.

Hij liep naar de waterkant, bekeek de vloeistof nauwkeurig, en sloeg er toen hard op. De trage rimpels die langs de rand van het meer en naar buiten over het min of meer vlakke oppervlak schoven, interesseerden hem niet. Wel de druppels die zich losmaakten. Hij keek hoe ze langzaam op hem toezweefden en even langzaam daalden, en bemerkte tevreden dat zelfs de grootste al vervlogen voor ze het oppervlak weer raakten. Het meer zou blijkbaar niet lang meer duren. Hij ging zitten en wachtte.



10 из 170