
Je kon de inboorlingen in de holopeningen zien staan, maar ze reageerden niet op het licht. Het kon zijn dat ze sliepen, min of meer als mensen, of ze waren het slachtoffer van de gewone nachtelijke verstijving van Tenebra’s dierenwereld.
Nergens zag je tekenen van een beschavingspeil boven het Stenen Tijdperk. Na een paar minuten onderzoek schakelde de robot de meeste lichten uit en keerde zich om naar de heuvel en de krater.
Hij bewoog zich rustig en doelbewust. Eenmaal op de heuvel verschenen er enkele openingen in zijn zijwanden en daaruit strekten zich armachtige werktuigen. Tien van de ovalen werden voorzichtig van het einde van de lijn opgeraapt — zodat geen open plekken iets konden verraden — en in het toestel opgeborgen. Toen daalde de machine weer de heuvel af en ging bedaard op zoek naar booby traps. Hij haalde daar de steenpunten af en voorzover ze in goede staat leken — vele waren zwaar aangetast en sommige verkruimelden al bij aanraking — verdwenen ze via andere gaten in de klomp kunststof. Elk van deze gaten werd daarna weer afgesloten met een deksel van dezelfde ongelooflijk duurzame plastic die ook het materiaal van de machine vormde. Niemand kon van buiten meer zien dat de bergplaatsen er waren.
Na deze taak koerste de robot weg met de hoogste snelheid die hij kon volhouden. Tegen de tijd dat Altair opkwam en de lagere dampkring weer tot de gasfase verwarmde, waren de machine, de gestolen wapens en de ‘gekidnapte’ eieren ver van de krater en nog verder van het holendorp.
1
Terugkeer en ommekeer
Nick werkte zich uit de hoge planten naar open terrein, hield stil en gebruikte een paar woorden van het soort dat Fagin nooit had willen vertalen. Hij was verbaasd en geërgerd toen hij water voor zich vond — het was nog vroeg — maar het was vervelend om het ook aan weerszijden te zien. Louter pech had hem blijkbaar over een schiereiland gevoerd en helaas kon hij deze keer niet op zijn schreden terugkeren.
