Ze hielden even in, en kwetterden opgewonden. Toen stapte de reus die vooropging recht op de robot af, boog zich voorover en scheen een van de lichten grondig te onderzoeken. Lang geleden hadden de mannen ontdekt dat het Tenebraanse gezichtszintuig ergens te maken had met de stekelige kuif op hun hoofd en dat deel bracht het wezen, dat Raeker ervan verdacht Snel te heten, dicht bij een van de kleine ruitjes waaruit het licht straalde.

De man zuchtte en deed de lichten uit.

“Nick,” riep hij, “jammer, maar mijn idee is niet gelukt. Kun je die vent Snel benaderen en hem het taalprobleem overbrengen? Voorzover ik begrijp, probeert hij nu met me te praten.”

“Ik zal het proberen.” De stem van Nick klonk zwak door de robotinstrumenten. Er volgde een vloed onbegrijpelijk gekwetter dat fantastisch de toonladder op- en afrende. Je kon niet uitmaken wie er aan het woord was en nog minder wat er gezegd werd. Raeker ging onbehaaglijk achteruit zitten.

“Kunt u de werktuigen van de robot niet voor een gevecht gebruiken?” De schelle stem van de Drommiër onderbrak zijn zorgen.

“Dat is denkbaar — onder andere omstandigheden,” gaf Raeker terug. “Zoals het nu is zijn we te ver. U zult de vertraging tussen vraag en antwoord hebben opgemerkt in het gesprek met Nick. Onze baan is zo ruim om Tenebra, dat we boven dezelfde plaats kunnen blijven. De dag is hier zowat viermaal zo lang, dus we zitten meer dan tweehonderdvijftigduizend kilometer hoog. Een reactie met bijna twee seconden vertraging maakt de robot een belabberd vechter.”

“Natuurlijk, dat had ik kunnen weten. Neem me niet kwalijk dat ik uw tijd verspilde met mijn onderbreking, onder deze zorglijke omstandigheden.”

Raeker rukte zich met moeite los van het toneel daar ver beneden en richtte zich tot de Drommiërs. “Neem mij liever niets kwalijk,” zei hij. “Ik wist dat u kwam, en waarom. Ik had u toch eigenlijk aan iemand anders moeten toevertrouwen, nu ik zelf niet kon. Mijn enige verontschuldiging is deze noodsituatie. Laat me dit alsjeblieft rechtzetten. Ik denk dat u graag de Vindemiatrix wilt zien.”



25 из 170