Hij wendde zich tot Raeker, die nog bleker werd dan anders, en hernam: “Ik word misselijk als ik bedenk hoevaak ik in mijn jaren op aarde mijn zoon aan de hoede van menselijke verzorgers heb toevertrouwd. Ik had gedacht dat jullie ras beschaafd was. Als dit staaltje stompzinnigheid zijn waarschijnlijke gevolgen heeft, zal de Aarde de volle prijs betalen. Geen enkel mensenschip zal ooit meer landen op enige planeet in de melkweg, die de Drommische gevoelens respecteert. Het verhaal van jullie idioterie zal de lichtjaren omspannen en geen mensenschip zal ooit heelhuids een Drommische lucht betreden. De mensheid zal de welverdiende minachting hebben van elk beschaafd volk in…”

Hij werd onderbroken, maar niet met woorden. Een scheurend gedreun klonk uit de luidspreker en een aantal losse voorwerpen, zichtbaar op het scherm, werden naar één kant gerukt. Ze raakten luid een wand en ketsten, maar zonder de wet van weerkaatsing te gehoorzamen. Alle sprongen ze dezelfde kant uit — de richting die Raeker met een miserabel gevoel herkende als die van de luchtsluis. Een boek vloog voor de camera langs dezelfde kant uit en raakte een metalen werktuig dat langzamer ging.

Maar deze botsing viel niet meer te horen. Uit de luidspreker kwam geen geluid meer; het hulpschip bleef stil, met de stilte van het luchtledige.

3

Afscheid en aftocht

Nick Chopper stond in de deur van zijn hut en peinsde als een razende. Achter hem lagen de andere overlevenden van de aanval met diverse beschadigingen. Nick zelf was niet geheel ongedeerd maar hij kon nog lopen — en vechten eventueel, voegde hij er grimmig aan toe. Alle anderen — zonder Jim en Nancy dan — zouden nog wel een paar dagen buiten dienst moeten blijven.

Hij nam aan dat Fagin terecht aan Snel had toegegeven. De wilde had tenminste woord gehouden zodat Nick zijn gewonde vrienden mocht opzoeken en verzorgen. Maar telkens als Nick weer aan de overval dacht, of aan Snel, had hij weer zin in vechten. Hij zou er een enorm plezier in hebben gehad om Snels schubben een voor een uit te trekken en er dan een hut mee te dekken, voor de ogen van hun eigenaar.



33 из 170