Een nog grotere druppel buiten de dubbele gloeiende beschermingskring had meer gevolgen. Hij daalde op de grond op vijftig meter voorbij een van de buitenste vuren. Zijn voorgangers hadden de grond genoeg afgekoeld zodat hij vloeibaar bleef, dus voor korte tijd kon je zien hoe hij naar de gloed dreef, gestuwd door de convectiestroom van het vuur. Toen vervaagde hij door stralingswarmte, maar Nick wist dat hij er nog was. Hij was kristalhelder geweest, vrij van zwevende zuurstof bellen. Nu was het zuivere stoom, verstoken van het noodzakelijk beginsel van verbranding. Als zijn hoofd ertoe in staat was, had Nick tevreden geknikt toen het vuur in de baan van de onzichtbare wolk plotseling begon te doven en in een paar tellen niet meer te zien was.

Misschien hadden sommigen van de aanvallers het gemerkt, maar ze deden er niets aan. Geen van hen bewoog en het vuur bleef uit. Vijf tellen later had Nick het plan rond.

Hij verliet nu de hut en liep naar de hoofdvoorraad brandstof. Hij belaadde zich met zoveel hij kon dragen en bracht het naar het bouwsel waar de gewonden lagen. Geen van de overvallers hield hem tegen of vroeg iets. Sinds de wapenstilstand hadden ze niet meer gesproken. Snel bouwde hij een vuur in de hut en stak het aan. Toen het gelijkmatig gloeide stak hij er een fakkel mee aan en liep weer naar de houtstapel. Onopvallend stak hij het koude eind van de fakkel in de stapel als om zijn werk bij te lichten. Vervolgens maakte hij nog een paar tochten naar de hut met armen vol brandhout en hij liet de fakkel staan. Tenslotte kon het bouwsel niet meer hout bergen, dus staakte hij het werk. Maar de fakkel liet hij staan.

Hout op Tenebra gloeit als tonder, het vlamt niet. Het duurde even voor de stok tot onderaan gesmeuld was en langer nog voor de toegenomen helderheid in het land om het dorp liet zien, dat de hoofdstapel goed brandde. Zelfs toen kwam er geen reactie bij de invallers. Die hadden zich in een dichte drom verzameld om de robot, die nog op de gewone plaats in het dorpsmidden stond.



35 из 170