“Wat willen jullie? Mijn vrienden zijn gewond en kunnen niet helpen. Er is geen plaats in de hut. Ga naar de andere, als je wilt schuilen.”

“Snel stuurt ons om hout.” Hij zei het kalm, zonder een verborgen anders…, als Nick de toon goed begreep.

“Ik heb net genoeg om mijn eigen vuren deze nacht te laten branden. Je moet de andere stapels nemen.”

“Die zijn op.”

“Dat is mijn schuld niet. Je weet dat hout in een vuur opraakt; je had er niet zoveel op moeten leggen.”

“Dat heb je ons niet gezegd. Snel zegt dat je ons daarom van je eigen hout moet geven. We zagen dat je het haalde en je moet zeggen hoeveel we moeten gebruiken.”

Het was duidelijk dat het opperhoofd althans een deel van Nicks opzet doorzag, maar hij moest er nu wel mee doorgaan.

“Ik zei al, ik heb net genoeg voor dit vuur,” hield hij vol. “Ik geef het niet weg. Wij hebben het zelf nodig.”

Tot zijn verrassing verdween de kerel zonder verder commentaar. Kennelijk ging hij niet verder dan de letter van zijn bevel en ging hij terug voor nieuwe orders. Onder Snels regiem kwam initiatief niet bepaald tot bloei. Nick zag hoe de groep zich bij de menigte voegde en doordrong tot het opperhoofd. Hij keerde zich om en stootte Jim aan. “Jij en Nancy, je kunt beter opstaan,” fluisterde hij. “Snel laat dit niet over zijn kant gaan. Ik zal mijn best doen, jullie vullen mijn munitie aan.”

“Hoe bedoel je?” Nancy was niet meer zo vlug van begrip als anders.

“Met bijlen kan ik niet vechten, dan zijn ze er binnen een paar minuten door. Ik ben moe en traag. Ik ga fakkels gebruiken — je weet hoe het is om je te branden? Zij niet. Ik heb ze gewaarschuwd toen in hun dorp, en ze waren steeds voorzichtig, dus geen van hen heeft er ervaring mee. Nou, die zullen ze krijgen!”



37 из 170