“Halve kring,” blafte hij. Vlug en correct gehoorzaamden zijn krijgers en vormden een dunne lijn met Nick in het centrum.

“Nu. Allemaal — grijp hem!” De halve kring kromp ineen en de speerpunten kwamen op de deur af. Nick was niet al te bezorgd. Geen van de aanvallers had een geschikte positie om onder de schubben opwaarts te steken. De stenen punten zouden hem eerder achteruit duwen dan doordringen. Als hij tegen iets hards werd gedrukt zou het natuurlijk anders aflopen. Groter gevaar lag nu in de mogelijkheid dat verschillende mensen hem tegelijk binnen het bereik van hun messen kregen. Dan konden ze hem zo bezighouden dat een speerdrager hem van onder kon raken. Heel even aarzelde hij erover te gooien of te slaan. Toen besliste hij.

“Korte!” beval hij zijn helpers achter hem.

Nancy had al wat korte stokken met hun eind in het vuur.

Ze had ze meteen beet en stak weer nieuwe aan. Misschien tien seconden lang deed Nick zijn best een mitrailleur na te bootsen. Meer dan de helft miste, maar de rest was goed raak. En na drie, vier tellen kwam er een nieuwe complicatie.

Steeds meer brandende fakkels en brokken gloeiend hout bestrooiden de grond voor de deur en de aanvallers kregen het er moeilijk mee. Voeten waren nog gevoeliger voor vuur dan schubben en het resultaat was zacht gezegd nogal verontrustend. Het moet gezegd worden, Snel bleef bij zijn mannen en vocht even moedig. Maar op het laatst had ook hij er genoeg van en hij trok zich een paar meter terug, hinkend en wei. Nick lachte hem uit. “Haal je eigen brandhout maar, vriend Snel! Natuurlijk vind je niets binnen een uur gaans van het dorp. Dat hebben we allang opgemaakt. En al wist je de beste vindplaatsen, dan kon je ze nog niet bereiken in de regen. Maar maak je niet ongerust. We zullen op je passen als je gaat slapen. Ik zou niet willen dat iets jou opat, vriend Snel!”



39 из 170