
Minutenlang staarde de machine nadenkend rond. De verre bestuurders hoopten zeker dat er gedierte, weggevlucht door de landing, zou terugkeren. Maar voorlopig werden ze hierin teleurgesteld. Tenslotte kroop de machine terug naar de resten van het geraamte en scheen met een stel lampen over de verzameling metalen stukken, kabels en linten, en onderzocht alles nauwkeurig. Toen kroop hij weer weg, ditmaal met een doelbewuste allure.
In de volgende tien uren doorkruiste hij zorgvuldig het hele landingsgebied, stond nu en dan stil om zijn licht te schijnen, over een plant bijvoorbeeld, soms keek hij minuten achtereen rond zonder een duidelijk doel; af en toe bracht hij geluiden voort van verschillende hoogte en sterkte. Dat gebeurde steeds als hij in een dal was, tenminste nooit helemaal bovenop een heuvel. Hij scheen om een of andere reden de echo’s te meten.
Geregeld ging hij terug naar het geraamte en herhaalde zijn precieuze onderzoek, alsof hij iets verwachtte. En inderdaad, in een omgeving met een temperatuur van driehonderdzeventig graden, een druk van een achthonderd atmosfeer en een dampkring van water, zwaar vermengd met zuurstof en zwaveloxides — dan gebeurt er gauw genoeg van alles. Daarom beschouwde hij belangstellend de corrosie die gestadig het metaal wegvrat. Sommige stukken hielden het langer uit dan andere; zonder twijfel hadden ze verschillende legeringen gebruikt, misschien juist hiervoor. De robot bleef in de omgeving tot het laatste metaal tot slijm was vergaan.
Ondertussen had de grond op onregelmatige tijdstippen heftig geschud. Soms ging dat gepaard met de dreunen die zijn oren in het begin hadden begroet. Dan weer was het betrekkelijk stil. De bestuurders zullen zich hierover eerst veel zorgen hebben gemaakt; toen beseften zij dat de heuvels in de buurt tamelijk afgerond waren, zonder steile wanden, en dat de grond zelf verstoken was van zowel kloven als losse stenen.
