De aard van de bouwsels werd duidelijk, toen de inboorling ver genoeg was om een nader onderzoek toe te laten. Het waren booby traps, bestemd om de stenen punt in het lichaam te drijven van alles wat in zijn voetspoor wilde treden. Dieren waren eerder het doel dan andere inboorlingen, want je kon ze met gemak omzeilen door gewoon terzijde van het pad te gaan, in plaats van erover. De voorzorgsmaatregel op zichzelf maakte de toestand echter al uiterst belangwekkend en de robot werd in alle omzichtigheid voor de achtervolging ingezet. Acht tot negen kilometer trok de inboorling zo verder en in die tijd zette hij een veertig vallen. De robot ontweek deze zonder moeite, maar liet een paar keer andere afgaan die kennelijk eerder waren gezet. De punten deden de machine geen kwaad, sommige braken zelfs op het plastic. Het zag er wel naar uit of de hele buurt een ‘mijnenveld’ was.

Uiteindelijk bereikte het spoor een ronde heuvel. De inboorling klom er snel op en hield even halt bij een smalle geul aan de top. Hij leek rond te loeren naar achtervolgers, hoewel de verre toeschouwers nog geen gezichtsorganen bij hem hadden bespeurd. Kennelijk gerustgesteld haalde hij een ovaal voorwerp uit de zak, betastte het zorgvuldig met zijn fijne vingers en verdween in de geul.

In twee tot drie minuten was hij terug, deze keer zonder het ding dat zowat even groot was geweest als een goudreinet. Terwijl hij de heuvel weer afdaalde, ontweek hij zorgvuldig zijn eigen vallen en de andere, en vertrok in een andere richting dan waaruit hij gekomen was.

De bestuurders van de robot moesten snel beslissen. Moesten ze hem volgen of konden ze beter kijken wat hij daar op de heuvel had gedaan? Het eerste leek logisch, want de inboorling ging weg en de heuvel zou wel blijven, maar ze kozen het tweede.



7 из 170