‘Daar behoeft u zich het hoofd niet over te breken. U bent Louis Wu MMGREWPLH?’

‘Dat wist u dus? Moest u mij speciaal hebben?’

‘Ja. Het is ons mogelijk gebleken het netwerk van transfercabines op deze wereld te manipuleren.’

Dat kon inderdaad, besefte Louis. Het zou een fortuin aan steekpenningen kosten, maar het kon. Maar … ‘Waarom?’

‘Daar is wel enige uitleg mee gemoeid …’

‘Laat u me er niet uit?’

De poppenspeler dacht na. ‘Dat zal wel moeten. Maar u dient goed te begrijpen dat ik mezelf heel goed kan beschermen. Mijn wapens zouden u zeker beletten mij aan te vallen.’

Louis Wu snoof verachtelijk. ‘Waarom zou ik?’

De poppenspeler gaf geen antwoord.

‘Nu weet ik het weer! Jullie zijn lafaards. Jullie hele ethiek is op lafheid gebaseerd.’

‘Een niet erg accurate beschrijving, maar we zullen het er voorlopig maar bij laten.’

Nou ja, het kon erger, vergoelijkte Louis. Ieder intelligent ras had zo zijn eigenaardigheden. De poppenspeler zou gemakkelijker in de omgang zijn dan de Trinocs, die op het gebied van rassenverschillen bepaald paranoïde waren, of de Kzinti met hun vlijmscherp afgestelde moordenaarsinstinct, of de roerloze Grogs met hun nogal onthutsende vervangingsmiddel voor handen.

De aanblik van de poppenspeler had een hele zolder vol stoffige herinneringen naar beneden gebracht. En tussen de gegevens over poppenspelers en hun handelsrijk, hun relatie met de mens en hun plotselinge, schokkende verdwijning, lagen de herinneringen aan de smaak van de eerste tabaksigaret die Louis had gerookt, het gevoel van schrijfmachinetoetsen onder onhandige, ongeoefende vingers, lange woordenlijsten in het Interwerelds die hij uit zijn hoofd moest leren, de klank, de smaak van het Engels, de onzekerheden en verlegenheden van de jeugd. Hij had voor een college geschiedenis de poppenspelers bestudeerd en hen daarna honderdtachtig jaar lang vergeten. Ongelooflijk, dat een mensenbrein nog zoveel kon vasthouden!



5 из 354