‘Ik blijf wel in de cabine,’ zei hij tegen de poppenspeler, ‘als u zich daar prettiger bij voelt.’

‘Nee. We moeten kennis maken.’

Spieren trokken en spanden zich onder de roomkleurige huid toen de poppenspeler zijn moed bij elkaar raapte. Toen ging met een klik de deur van de transfercabine open. Louis Wu stapte de kamer binnen.

De poppenspeler deed een paar stappen achteruit.

Louis liet zich in een stoel zakken, meer voor de gemoedsrust van de poppenspeler dan voor zijn eigen gemak. Zittend zou hij er minder gevaarlijk uitzien. Het was een standaardontwerp, een automatisch aanpassende massagestoel, uitsluitend voor mensen bestemd. Louis merkte dat er een flauwe geur hing, die hem zowel aan een kruidenrekje als aan een scheikundedoos deed denken, maar niet onaangenaam.

De vreemdeling steunde op zijn gevouwen achterste been. ‘U vraagt zich af waarom ik u hierheen heb gehaald. Daar zit een uitgebreide uitleg aan vast. Wat weet u van mijn ras af?’

‘Het is erg lang geleden dat ik dat op school heb gehad. U bezat vroeger een groot commercieel imperium, niet? En wat wij de “verkende ruimte” noemen, was daar maar een onderdeel van. We weten dat de Trinocs vroeger dingen van u kochten, en de Trinocs hebben wij zelf pas twintig jaar geleden ontmoet.’

‘Ja, met de Trinocs hebben we zaken gedaan. Voornamelijk door middel van robots, als ik me goed herinner.’

‘En u had een imperium dat duizenden jaren oud was, op zijn minst, en tientallen lichtjaren groot. En toen bent u weggegaan. Allemaal. U hebt het allemaal zo laten liggen. Waarom toch?’

‘Is het mogelijk dat de oorzaak vergeten is? We zijn gevlucht voor de explosie in het hart van de melkweg!’

‘Ja, daar weet ik van.’ Vaag herinnerde Louis zich zelfs dat die kettingreactie van nova’s in de melkweg door buitenaardsen was ontdekt. ‘Maar waarom vlucht u daar nu al voor? Die zonnen in het hart zijn al tienduizend jaar geleden nova’s geworden. Dat licht komt hier de eerste twintigduizend jaar voorlopig niet.’



6 из 354