‘Mensen,’ zei de poppenspeler, ‘zouden ze niet los moeten laten lopen. Jullie doen jezelf nog eens wat aan. Zien jullie het gevaar dan niet? De straling die voor de lichtgolf uitgaat, zal deze hele streek van de melkweg onbewoonbaar maken!’

‘Twintigduizend jaar is lang.’

‘Massale vernietiging over twintigduizend jaar blijft vernietiging. Mijn volk is in de richting van de Maghellaense wolken gevlucht. Maar enkelen van ons zijn gebleven, voor het geval de migratie van de poppenspelers in gevaar zou komen. En dat is nu gebeurd.’

‘O ja? Wat voor gevaar?’

‘Het staat me nog niet vrij die vraag te beantwoorden. Maar u mag dit even bekijken.’ De poppenspeler reikte naar iets dat op tafel lag.

En Louis, die zich al had afgevraagd waar de poppenspeler zijn handen had, zag dat hij het met zijn monden deed.

En dat waren beste handen ook, besefte hij, toen de poppenspeler behoedzaam zijn nek uitstak om Louis een holo-afdruk te overhandigen. De soepele rekbare lippen staken een heel stuk voorbij de tanden uit. Ze waren zo droog als mensenvingers en aan de rand zaten kleine vingerbobbeltjes. Achter de vierkante plantenetertanden ving Louis even een glimp op van een flitsend gevorkt tongetje.

Hij pakte de holo-afdruk aan en keek erin.

Eerst zei het hem niet veel, maar hij bleef kijken, in de hoop dat het beeld hem duidelijk zou worden. Hij zag een klein, schelwit schijfje dat een zon zou kunnen zijn, van het GO- of het K8- of K9-type, waar een smalle band afgesneden leek te zijn, een rechte zwarte snede. Maar het felschijnende voorwerp kon geen zon zijn, want tegen een achtergrond van ruimtezwart zag hij, gedeeltelijk erachter geschoven, een reepje hemelsblauw. Dat strookje blauw was volkomen recht, scherp afgebakend, solide, kunstmatig, en breder dan de verlichte schijf.



7 из 354