
‘Het lijkt wel een ster met een hoepeltje erom,’ zei Louis. Wat is het?’
‘U mag hem houden om hem te bestuderen, als u wilt. Ik mag u nu onthullen waarom u hierheen bent gevoerd. Ik ben van plan een expeditie samen te stellen van vier personen, waaronder ikzelf, en waaronder u.’
‘En wat gaan we onderzoeken?’
Dat mag ik helaas nog niet vertellen.’
‘Ja, kom nou even. Ik zou wel gek zijn als ik daarin trapte.’
‘Gefeliciteerd met uw tweehonderdste verjaardag,’ zei de poppenspeler.
‘Dank u wel,’ zei Louis verbaasd.
‘Waarom bent u van uw eigen feestje weggelopen?’
‘Daar hebt u niets mee te maken.’
‘O, jawel. Doe me een plezier, Louis Wu. Waarom bent u van uw eigen verjaarsfeest weggegaan?’
‘Ik was tot de slotsom gekomen dat vierentwintig uren niet genoeg waren voor een tweehonderdste verjaardag. En daarom ben ik voor de zon uitgegaan en naar het westen getrokken, voor de middernachtslijn uit. Als buitenaardse begrijpt u dat natuurlijk niet zo …’
‘U was dus erg verheugd, alles ging naar wens?’
‘Nou nee, niet helemaal …’
Nee, verheugd niet, herinnerde Louis zich. Integendeel. Hoewel het feest juist erg goed liep.
Hij was die ochtend om een minuut na middernacht begonnen. Waarom niet? Zijn vrienden woonden over alle tijdzones verspreid. Er was geen enkele reden om ook maar een minuut van deze dag te verspillen. Overal in huis stonden slaaptoestellen om kort, maar heel diep, te kunnen slapen. Voor mensen die er een hekel aan hadden om ook maar iets te missen waren er wakkerop middelen, waarvan sommige interessante nevenverschijnselen opwekten en andere weer niet.
Er waren gasten die Louis in geen honderd jaar had gezien, en mensen die hij elke dag tegenkwam. Sommige mensen waren jaren geleden Louis Wu’s doodsvijanden geweest. Er waren vrouwen die hij volslagen vergeten was, zodat hij zich herhaaldelijk verbaasde over de veranderingen die zijn smaak had ondergaan.
